Van onkruid tot koningin

Een verhaal over samenwerken; verwondering en de geboorte van het mierengezelschap.

Op Sudbury School Amersfoort krioelt het van de ideeën. Het is een school waar de student écht centraal staat, waar studenten en staf gelijkwaardig zijn, en waar iedereen elke dag zelf bepaalt wat hij of zij doet.
Een belangrijk onderdeel van de school zijn de gezelschappen: groepen waarin studenten en stafleden samen activiteiten ondernemen, gevoed door gedeelde interesses.
Zo is er een lunchcafégezelschap dat gezamenlijke kook- en eetmomenten organiseert, een muziekgezelschap dat de muziekkamer beheert, een D&D-gezelschap dat tabletop roleplaying games speelt, en een feestgezelschap dat — de naam zegt het al — feesten organiseert.

Het oprichten van zo’n gezelschap lijkt misschien een langdradig proces, maar in de praktijk ontstaat het vaak vanzelf en een stuk natuurlijker dan je zou denken. Dit is het verhaal van het mierengezelschap.

Een koningin met zes poten
De zomervakantie is voorbij: de school opent haar deuren weer. In de tuin woekert het onkruid. Een aantal studenten vragen me of we buiten onkruid kunnen wieden. Een andere student sluit ook aan. Met zijn vieren trekken we ten strijde tegen de woekerbende. 

Een grote zandheuvel is ons werkterrein. We beginnen lukraak, zonder plan, en als vanzelf glijden we in de rol die ons het beste past. Eén student staat bovenop de berg en trekt onder luid gejuich de grootste planten uit de grond. Een ander ordent het getrokken onkruid; ik verwijder zo snel mogelijk zoveel onkruid als ik kan. En de jongste onder ons vindt een mier.
Niet zomaar een mier: een mierenkoningin.

Enthousiast roept hij ons bij hem. Meteen stopt iedereen met werken. We kijken geboeid naar de enorme mier die over zijn handpalmen loopt, terwijl hij vertelt over zijn kennis van mieren en mierenkolonies. Hij blijkt thuis een eigen kolonie te hebben. Een andere student trouwens ook. Ik verzucht dat ik dat al jaren wil. En zo, zonder vooropgezet plan, besluiten we: we beginnen een mierenkolonie op school. Het idee voor het mierengezelschap is geboren.

De koningin wordt teder gevangen en veilig opgeborgen in de mouw van een jas.
Eenmaal binnen krijgt ze een naam: Gloria.
Ze krijgt een tijdelijk huis in de broodtrommel van de jonge student, die haar mee naar huis neemt en verzorgt tot we toestemming hebben om een echte mierenkolonie te starten.

De geboorte van het mierengezelschap
We richten het mierengezelschap op: een groep met leden die de mierenkolonie zullen beheren en verzorgen.
Het gerucht verspreidt zich als een feromoonspoor door de school en steeds meer studenten en stafleden sluiten zich aan. Mensen met eigen kolonies, nieuwsgierigen, bewonderaars. We kiezen een voorzitter, een secretaris en een penningmeester – ieder met zijn eigen taak in onze jonge kolonie – en dienen een motie in.

Tijdens de volgende schoolmeeting — de wekelijkse vergadering waar ieder lid van de school welkom is — bespreken we onze ingediende motie. Onze voorzitter is afwezig, maar de penningmeester vertelt gepassioneerd over ons plan. De reacties zijn enthousiast.

De week erop is onze voorzitter wederom niet aanwezig. De stemming wordt uitgesteld – om een vergadering later gelukkig te worden aangenomen.
Het mierengezelschap is geboren.
Gloria, die inmiddels een klein holletje heeft gegraven in haar huisje bij de voorzitter thuis, verhuist naar school.

De jonge kolonie groeit
Al snel beseft het jonge mierengezelschap dat Gloria zal groeien – of liever gezegd: dat haar kolonie zal groeien. En omdat ieder gezelschap zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen middelen, moeten we ons eigen inkomen zien te vinden. 

Nog diezelfde middag zitten we samen in de zitkamer. De tafel ligt bezaaid met potloden, papier en knutselmateriaal. Onze voorzitter tekent onvermoeibaar door — een ware werkmier — en zijn werk wordt vol enthousiasme gekocht.
De opbrengst: vier euro. De eerste schat van het mierengezelschap.

In de kolonie van onze school is er plek voor iedereen: voor enthousiastelingen; voor opruimers; voor mensen die kleine mieren vinden in grote hopen zand. Er is ruimte voor dromers; voor doeners; voor creatievelingen. En ook voor Gloria en haar nakomelingen. 

– Hanneke

Terug naar het overzicht

Symposium ontwikkeltijd Christel hartkamp Rob Martens